Onze website maakt gebruik van cookies. Meer weten? Klik hier voor meer informatie.
De moederfiguur heeft in vele culturen een bijzondere betekenis. Ze staat voor bescherming, veiligheid en geborgenheid. Moeders worden al sinds de Oudheid geëerd. De vroegste Moederdagvieringen gaan terug naar de Griekse Oudheid. De Grieken kenden verschillende godinnen voor de verschillende kanten van de moeder: de moeder van de goden Rhea, de zorgende moeder Demeter, de huisvrouw Hera, de geliefde Afrodite en de moedermaagd Artemis (bij de Christenen later Maria). Op een bepaalde dag in het jaar vereerden zij Rhea door ’s ochtends honinggebak, drank en bloemen te offeren.
De Romeinen vereerden de moedergodin Cybele gedurende drie dagen in maart. Ze noemden het feest Hilaria. Op de Britse eilanden en in Keltisch Europa vereerde men op Moederdag de godin Brigid, en later haar opvolgster St. Brigid. De vroege Christenen vierden het feest op de laatste zondag voor Pasen, ter ere van de maagd Maria. In de zeventiende eeuw werd het feest in veel Europese landen uitgebreid naar alle moeders en heette het Moeder Zondag. Op deze dag kwamen de zonen en dochters van arme gezinnen thuis. Zij werkten vaak ver weg als bediende of kindermeisje in de huizen van welgestelden. Op Palmpasen kregen ze een dag vrij om naar huis te gaan en tijd met hun moeder door te brengen. De moderne versie van Moederdag is ontstaan toen de Amerikaanse Anna Jarvis in 1906 haar in mei overleden moeder wilde herdenken met een dag waarop alle moeders worden geëerd.
