Onze website maakt gebruik van cookies. Meer weten? Klik hier voor meer informatie.
Arnica groeit uit kruipende wortelstokken omhoog en vormt aanvankelijk een zogenaamd wortelrozet, een krans van lepelvormige en bijna leerachtige, vijfnervige bladeren die op de grond liggen. De wortelstok groeit een beetje scheef in de bodem en sterft naar achteren toe geleidelijk af. Vanuit deze stokken groeien lange en harde wortels naar beneden op zoek naar het vocht in de bodem. Er zijn geen wortelharen die bij andere planten het water opnemen, want de Arnica heeft zijn zijwortels omgeven met een dicht netwerk van schimmeldraden, die helpen het water en de zouten uit de bodem op te nemen. Het rozet duwt de omgevende grassen en andere gewassen opzij om vervolgens een rustpauze in te lassen, want pas het jaar erop volgt de bloei.
Een Arnica-plant brengt, dankzij de vitale wortelstokken, meerdere rozetten voort. In het midden daarvan ontspringt de lange en behaarde bloemsteel, die hol is en eindigt in de stralende soms wel 8 centimeter doorsnede grote bloem. De totale hoogte van de bloeiende plant is zo'n 50 centimeter. Soms is de bloemstengel vertakt en zitten er twee of vier kleinere bloemen zijdelings aan de steel.
Met de groei van die bloemen is iets merkwaardigs aan de hand. De hoofdbloem staat in het midden, de andere bloemen vormen daaromheen een kruis. Hoewel die hoofdbloem als laatste ontstaat bloeit zij toch het eerste! Meestal laat een plant haar bloemen die het eerste ontstaan ook als eerste bloeien.
