print

Arnica kent twee verschillende soorten wortels: een kiemwortel en een as- of stengelwortel. Eerst ontstaat uit het zaad de kiemwortel, die zich normaal vertakt. Maar deze wordt snel vervangen door zijwortels, die ontspringen uit de bovengrondse stengel en wel als volgt: de stengel gaat groeien en daaraan vormt zich een bladpaar. Onder elk blad ontspruit een wortel die snel en diep de grond in gaat. Hierdoor wordt een stukje van de stengel de grond in getrokken. Het volgende bladpaar, dat zich hoger op de stengel heeft gevormd, doet hetzelfde. Op die manier wordt de bovengrondse stengel tot een onderaardse as waar zich wortels uit vertakken. Deze wortelvorming vindt kruisvormig plaats: als de eerste twee wortels links en rechts staan, komen de derde en vierde wortels daar haaks op te staan. Door deze neerwaartse beweging van de wortels worden de bladeren tegen de grond gedrukt.

Naarmate dit meer bladeren zijn wordt er een rozet gevormd, meestal bestaande uit een kruis van vier bladeren. Op die manier is de Arnica zich dus aan het ingraven in de bodem en maakt de plant een sterke verbinding met de aarde, net zoals je van iemand kunt zeggen: ‘Die staat stevig op de grond!’