De sierlijke amandelboom (Prunus dulcis) spreekt tot onze verbeelding. Ze brengt ons in mediterrane sferen en we zien in haar een symbool van geboorte, van nieuw leven, van het voorjaar en van de liefde. In de Oudheid staat de amandel voor waakzaamheid omdat de boom zo vroeg in de lente al bloeit. In het Oude Testament wordt verhaald over de strijd om het leiderschap over het volk Israël. God beveelt Mozes om de twaalf uit amandelhout gesneden staven van de twaalf stammen van Israël bij elkaar te leggen. Aäron van de stam Levi wordt verkozen als leider want: ‘waarachtig daar was de staf van Aäron gaan bloeien, hij had knoppen en bloesem en rijpe amandelen.’
In de middeleeuwse schilderkunst worden heiligen omgeven door amandelbloesem en dragen zij amandelvormige aureolen. In de mystiek is de amandel het symbool van het geheim. Amandelen eten betekent dan ook: deel hebben aan het geheim.
In Vlaanderen krijgt kraamvisite nog altijd met amandel gevulde doopsuikers. Een zeer oud gebruik dat teruggaat tot de Germanen. Bij traditioneel gevierde huwelijken worden de huwelijksgasten soms nog getrakteerd op gesuikerde amandelen, mooi verpakt in een lapje kant. Het is een symbool van vruchtbaarheid. In Zweden verstopt men in de kerstpudding één enkele amandel. De gelukkige vinder kan een voorspoedig jaar tegemoet zien.
We onderscheiden bittere en zoete amandelen. Uit bittere amandelen ontstaat door persing bittere amandelolie voor de bereiding van bitterkoekjes, pudding en amandellikeuren. Zoete amandelen worden verwerkt in noga, amandelspijs en marsepein. De olie hiervan is zacht en nootachtig, bijna neutraal van smaak en geur. Het is deze delicate olie die wordt gebruikt in huidverzorgingsproducten.

