Ons lichaam heeft dagelijks 2,5 liter vocht nodig. Eén liter daarvan verkrijgt het uit vaste voeding. Die andere anderhalve liter drink je er verspreid over de dag bij, liefst in de vorm van (mineraal)water en kruidenthee. Bij intensieve sportbeoefening drink je voor je training zoveel (mineraal)water als je lust. Het eerste half uur is het niet nodig om opnieuw te drinken, hooguit om een droge keel te smeren. Bij inspanning die langer dan een uur aanhoudt, moet je wel aanvullen met (mineraal)water of eventueel een (koolhydraatrijke) sportdrank. Gemakkelijk te onthouden: drink vóórdat je dorst krijgt want dorst is een kenmerk van beginnende uitdroging. De kleur van de urine is een goede graadmeter voor het vochtgehalte in je lichaam. Donkergele urine geeft aan dat je onvoldoende gedronken hebt.
Hippe sportdrankjes zien er leuk uit maar voor de recreatieve sporter zijn ze eigenlijk overbodig. Wie op de calorieën wil letten is bovendien gewaarschuwd: sportdrankjes zijn extreem calorierijk.
Door het ruimschoots eten van koolhydraatrijk voedsel als brood, aardappels, pasta, rijst en andere granen, zorg je voor een energievoorraad die als glycogeen in de spieren en de lever wordt opgeslagen en daar direct inzetbaar is wanneer je sportieve prestaties gaat leveren. Wie, naast lichaamsbeoefening, kiest voor een ruime dagelijkse portie groente en fruit en voor natuurlijke, pure voeding, die kiest voor vitaliteit.
