Over de geur van rozenblaadjes vertelt een legende uit het oude Perzië. In het paleis van de kalief Jehangir is alles in gereedheid voor zijn huwelijk. De paleistuinen, de watertjes en fonteinen zijn overdadig versierd met rozenblaadjes. Als Jehangir met zijn aanstaande bruid rond zijn paleis loopt, ziet hij een olieachtige laag op het water drijven. De zon brandt erop en maakt de etherische oliën vrij. Ze raken bijna bedwelmd door de geur. Jehangir liet de olie van het water halen en in een fles bewaren. Ontstond zo de eerste fles etherische rozenolie?
De meeste rozenolie is afkomstig van de gecultiveerde geurrozen, zoals Rosa damascena, die groeien in landen als Bulgarije, Turkije en Marokko. Tientallen kilo’s rozenbloemblaadjes leveren slechts enkele grammen olie op. Daarom is rozenolie extreem duur. Toch is dit kostbare goed nog steeds in gebruik in de parfumindustrie als een onvervangbare grondstof. Want kleine hoeveelheden ervan zijn al genoeg om de geur van een parfum te verfijnen. Het bijzondere van rozenolie is ook dat ze lang houdbaar is door de etherische oliën. En wie wel eens echte rozenolie heeft geroken, weet dat ze een lichtbedwelmend, rustgevend karakter heeft.