Bij een baby zijn de zweetklieren nog niet goed ontwikkeld. Daardoor kan een kindje zijn eigen lichaamstemperatuur niet goed zelf reguleren. Ook heeft een baby vergeleken met volwassenen een groot huidoppervlak, waardoor hij makkelijk warmte kwijtraakt.
Het hoofdje is daarbij een gevoelige plek: 60% van de lichaamswarmte van het kindje kan via het hoofdje verdwijnen. Pas na een maand of zes is een kind in staat zijn lichaamstemperatuur constant te houden. Daarom is het belangrijk de eerste zes maanden ervoor te zorgen dat het kind goed warm blijft. Je kunt warmte van buitenaf geven, bijvoorbeeld met een kruikje.
Kleding van hoge kwaliteit, zoals katoen, wol of zijde, is als een tweede huid die warmte vasthoudt. Omdat een baby zoveel warmte via het hoofdje verliest, is het zaak het hoofdje goed te bedekken. Ook door te masseren met plantaardige olie kun je je baby extra warmte geven.
Een miljoen
Onze huid heeft meer zenuwuiteinden (ongeveer een miljoen) dan elk ander deel van je lichaam. Daarom is ze zo gevoelig en kan ze zoveel waarnemen. De huid van gezicht, voetzolen, tenen, vingertoppen, handpalmen en lippen is extra gevoelig omdat daar veel zintuigcellen liggen.